Start Contact Links

Wetenschappelijk
    
       

Enzymen

Bron http://www.microbiologie.info

1. Wat is microbiologie? 
Microbiologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van micro-organismen. Onder micro-organismen verstaat men in de praktijk die organismen, die uitsluitend met behulp van een microscoop of een elektronenmicroscoop te zien zijn. Geheel juist is deze definitie niet, omdat bijvoorbeeld schimmels, die tot een voor het oog zichtbaar schimmeldek of paddestoel kunnen uitgroeien, ook tot de micro-organismen worden gerekend. 
Een betere definitie van micro-organismen is:
het zijn organismen opgebouwd uit één cel of meerdere cellen waarbij geen of zeer weinig celdifferentiatie optreedt, deze differentiatie betreft altijd de voortplanting of overleving. Micro-organismen hebben dus geen weefsels of organen ! 
2. Eigenschappen van levende organismen 
Alle levende (micro)organismen hebben een aantal eigenschappen gemeen: 

A. Cellen
Elk organisme is opgebouwd uit één of meer cellen. De kleinste organismen bestaan uit slechts één cel. Grotere organismen bestaan uit enkele tot miljarden cellen.

B. Organische stoffen
 In de natuur zijn de stoffen te verdelen in organische en anorganische stoffen. Organische stoffen komen alleen in levende organismen en hun dode resten voor. Chemisch bekeken bestaan ze uit een keten van twee of meer C-atomen. Aan deze C-atomen zitten weer andere atomen. Voorbeelden van organische stoffen zijn: eiwitten, koolhydraten (vb, suiker en zetmeel) en vetten. Steenkool, olie, wol en leer zijn afkomstig van organismen en bestaan daardoor ook uit organische stoffen. Anorganische stoffen zijn afkomstig uit de levenloze natuur. Voorbeelden zijn: water, ijzer, koper, zuurstof, ijzerzouten, kalkzouten etc. Anorganische stoffen komen ook in organismen erg veel voor.

C. Stofwisseling
 In een organisme vinden vele chemische processen plaats. Al deze chemische processen samen noemt men de stofwisseling van dat organisme. De opname van voedingsstoffen is dus een stofwisselingsproces, net als de afgifte van afvalstoffen. Ook in de cel vinden stofwisselingsreacties plaats. Men onderscheidt hier de reacties die dienen om celmateriaal op te bouwen (de bouwstofwisseling of assimilatie) en de reacties die dienen om energie uit te halen (de bedrijfsstofwisseling of dissimilatie)

D. Voortplanting
Ieder organisme kan nakomelingen krijgen, dit is een voorwaarde voor het bestaan van de soort

E.Prikkelbaarheid
Organismen kunnen reageren op prikkels uit hun omgeving. Dit geldt uiteraard voor plant en dier, maar ook ééncellige organismen zijn gevoelig voor prikkels uit hun omgeving.

3. Autotroof en heterotroof 
De organische stoffen die in de organismen voorkomen, worden op verschillende wijze opgebouwd. Er zijn organismen die de organische stoffen zelf opbouwen uit anorganische stoffen. Deze organismen noemt men autotroof. Alle planten, algen en enkele bacteriesoorten zijn autotroof (bijvoorbeeld de bacteriën die plastic kunnen consumeren).
Alle andere organismen bouwen hun organische stoffen op uit (andere) organische stoffen. Deze organismen zijn de dieren, de meeste bacteriën en de schimmels. Vb. een schimmel die op kaas groeit haalt organische stof uit de kaas en maakt hiervan de organische stoffen die de schimmelcel zelf nodig heeft. 
4. Prokaryoten en eukaryoten 
De levende organismen worden op grond van hun celstructuur verdeeld in de prokaryoten en de eukaryoten. 
De prokaryote cel heeft een primitieve bouw: een kern is niet aanwezig. Het erfelijk materiaal (DNA) ligt los in de celvloeistof (protoplasma). Ook andere celorganellen ontbreken. Het protoplasma is omgeven door de celmembraan en de celwand. 
De eukaryotische cel bezit een kern en andere organellen. Bij plantaardige cellen is het protoplasma omgeven door een cel- membraan en een celwand. Bij dierlijke cellen ontbreekt de celwand. 
Virussen (waartoe ook de bacteriofagen behoren) vormen een aparte groep, hun inwendige structuur wijkt sterk af van de prokaryote en eukaryote cel. Ze hebben geen eigen stofwisseling en zijn voor de voortplanting afhankelijk van een ander (levend) wezen.
5. Welke organismen behoren tot de micro-organismen?
bulletprotozoën, eencellige eukaryote cellen zoals het pantoffeldiertje en de malariaparasiet.
bulletalgen, eukaryote fotosynthetische organismen 
bulletschimmels, eukaryote organismen waaronder de paddestoelen maar ook de kleinere schimmels die op oud brood voorkomen 
bulletgisten , eencellige schimmels 
bulletbacteriën prokaryoot, ook de blauwalgen horen hierbij 
bulletvirussen 
6. De zes rijken indeling 

Tot in de vorige eeuw deelde men alle organismen in bij twee rijken:de planten (plantenrijk) of bij de dieren (dierenrijk). Ook eencellige organismen werden hierbij ingedeeld en kwamen op grond van hun beweeglijkheid terecht bij de dieren. Van veel verwantschap was geen sprake. De schimmels (o.a. de paddestoelen) deelde men in bij de planten omdat ze onbeweeglijk waren en op grond van hun celstructuur. Maar schimmels zijn niet groen, hebben dus geen fotosynthese, en bovendien planten ze zich heel anders voort. Toen men de bacteriën had ontdekt werden ze eerst voor diertjes aangezien (beweeglijke bacteriën), later werden ze bij de planten ingedeeld. Kortom: het systeem was niet erg natuurlijk. Niet-verwante groepen zoals planten en bacteriën met een heel verschillende bouw en leefwijze werden bij elkaar gegroepeerd. 

Tegenwoordig onderscheidt men zes rijken: 
bullethet rijk van de prokaryote eubacterien 
bullethet rijk van de prokaryote archaebacterien 
bullethet rijk van de eukaryote eencelligen, de protisten 
bullethet plantenrijk
bullethet rijk van de schimmels
bullethet dierenrijk
7. Hoe klein zijn de verschillende micro-organismen?

 Van groot naar klein:
bulleteencellige algen : 1- 500 um 
bulletprotozoën : 1-500 um 
bulletschimmels : 2-300 um 
bulletgisten : 2-15 um 
bulletbacteriën : 0,3-10 um
bulletvirussen 0,01-0,3 um

1000 um= 1 mm, 

Een lichtmicroscoop heeft een oplossend vermogen van 0,2 um. Bacteriën zijn hiermee te zien evenals grote structuren binnen hun cel, maar virussen zijn te klein om nog te onderscheiden. De algen, schimmels en protozoën zijn goed waar te nemen onder de microscoop.

8. Kleine afmetingen, grote gevolgen

Hoe kleiner, hoe sneller
Het is niet duidelijk waarom bacteriën niet groter worden dan ze worden. Zowel voor eencellige als meercellige heterotrofe organismen geldt, dat de stofwisselingssnelheid omgekeerd evenredig is met de grootte van het organisme. Deze stofwisselingssnelheid is weer bepalend voor de groeisnelheid. De groei van een organisme is des te langzamer naarmate een organisme groter is. Bacteriën zijn dan ook verreweg de snelste groeiers van alle organismen. Dit is ook hun kracht, zijn de groeiomstandigheden ergens gunstig dan zal een bacterie daar direct van profiteren en met hoge snelheid de aanwezige voedingsstoffen consumeren waardoor hij andere organismen een slag voor is. Sommige bacteriën zijn in staat om in 20 minuten een hele nieuwe cel te maken. Dat betekent, dat zo'n cel per seconde 1000 eiwitmoleculen (lees enzymen) maakt. In weefsels van hogere organismen gaat het heel wat rustiger toe. Zo delen levercellen zich eens per drie maanden.
Onzichtbaar
Tegenwoordig zijn we ons er van bewust dat overal om ons heen onzichtbare micro-organismen voorkomen, het is voor ons vanzelf- sprekend. Toch is men zich pas de vorige eeuw dankzij Louis Pasteur gaan realiseren dat micro-organismen overal zijn en dat deze micro-organismen een rol spelen bij het ontstaan van ziektes, het bederf maar ook juist bij de bereiding van wijn. Dit terwijl twee eeuwen eerder de micro-organismen al ontdekt waren door Anthonie Van Leeuwenhoek. Dat hier twee eeuwen voor nodig waren heeft onder andere te maken met het feit dat micro- organismen zo "lastig" klein zijn, heel lang inactief kunnen zijn en zich vervolgens als de omstandigheden goed zijn razendsnel kunnen vermeerderen.
9. De betekenis van micro-organismen voor de mens

Kringloop
De bacteriën spelen een belangrijke rol bij het verwijderen van organisch afval. Dit gebruiken ze als hun voedsel waardoor het afgebroken wordt tot anorganische stoffen die weer hergebruikt kunnen worden door planten welke op hun beurt weer voedsel zijn voor dieren. Op deze wijze ontstaat een kringloop van elementen zonder welke het leven op aarde onmogelijk is. Van deze rol die bacteriën en schimmels in de natuur spelen kan de mens ook gebruik om van zijn afval af te komen. Dit geldt voor de afvalwaterzuivering waar de bacteriën op grote schaal organische stoffen afbreken. Ook bodemvervuiling kan in een aantal gevallen aangepakt worden met behulp van bacteriën.

Levensmiddelen
Ook in de voedingsmiddelenindustrie worden bacteriën veel gebruikt. Denk aan de bereiding van kaas en yoghurt door melkzuurbacteriën. De meeste bacteriën zijn niet schadelijk.

Ziektes
De bacteriën die wel schadelijk zijn veroorzaken met name ziekten en voedselbederf. Wordt een ziekte veroorzaakt door de aanwezigheid van micro- organismen in voedsel dan spreekt men van voedselinfectie. Ook kan het zijn dat schimmels of bacteriën giftige stoffen in een levensmiddel hebben gevormd, dit noemt men voedselvergiftiging,

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@enygmabv.nl
Copyright © 2004 Extraclean - Oud Gastel / Laatst bijgewerkt: 23 juli 2009